(Analyse)opmerking toevoegen     Embed Youtube-film     
Account aanvragen     Regels voor commentaar
Order last inserted          Toernooizaal
 10-01-2021  Hanco Elenbaas:
Ton Sijbrands, 8 juli 1995

Wat niet terug kan moet naar voren

Evenals vorige week blikken we terug op de damcarrière van Jan van Leeuwen, die onlangs op 57-jarige leeftijd overleed. Van Leeuwens uitstekende klassering in het NK 1961 (hij eindigde op de gedeelde vierde plaats) leverde hem het daarop volgende jaar een uitnodiging voor het internationale toernooi van Bakoe op. In die loodzware wedstrijd werd Van Leeuwen door de toenmalige Sovjet-Russische kopstukken (Andreiko, Sjtsjogoljev, Korchov, Agafonov, Jegorov enz. enz.) zwaar op de proef gesteld. Toch hoefde hij zich voor zijn uiteindelijke score van 11 uit 13 (vier nederlagen, twee overwinningen) geenszins te schamen.  

Maar Van Leeuwens beste prestatie was ongetwijfeld de (ongedeelde) vierde plaats die hij in het NK 1967 voor zich opeiste. Weliswaar verloor hij in dat toernooi van de drie spelers die boven hem eindigden (Sijbrands, Roozenburg en Wiersma), maar daar stonden liefst vijf winstpartijen tegenover. Oud-wereldkampioen Piet Roozenburg, die in Het Damspel van mei 1967 verslag deed van deze uit historisch oogpunt zo belangrijke wedstrijd (men sprak destijds zelfs van een 'keerpunt' in de Nederlands damgeschiedenis), noemt Van Leeuwen dan ook 'een markante speler (...), die bereid is om elk duel aan te gaan en uit te vechten.'

Van Leeuwens hoge klassering in het NK 1967 kreeg pas in de laatste twee ronden gestalte. Na de elfde speeldag stond hij namelijk nog steeds op een score van vijftig procent. Maar dank zij fraaie overwinningen op achtereenvolgens Van der Sluis en Van Dijk passeerde Van Leeuwen twee spelers die hij tot dan toe boven zich had moeten dulden. Hoewel Van Leeuwen ook in omsingelings- en opsluitingspartijen zijn weg wist te vinden, acht ik de aanvalswinst die hij in de slotronde op Van Dijk boekte, het meest karakteristiek voor zijn agressieve, op terreinwinst gerichte stijl.

Van Dijk - J. van Leeuwen
(NK 1967)

1.32-28 16-21 2.31-26 18-22 3.37-32 11-16 4.41-37 7-11 5.34-29 1-7 6.37-31 21-27 7.32x21 16x27 8.40-34 13-18 9.38-32 27x38 10.43x32 19-23 11.28x19 14x23 12.35-30 9-13 13.31-27 22x31 14.26x37 13-19 15.30-25 4-9 16.25x14 9x20 17.46-41 17-22 18.45-40 10-14 19.48-43 20-25 20.50-45 5-10 21.42-38 11-17 22.36-31 3-9 23.32-28 23x32 24.37x28 19-23 25.28x19 14x23 26.31-27 22x31 27.33-28 23x32 28.38x36 6-11 29.29-24 17-22 30.39-33 11-17 31.41-37 9-13 32.43-38 22-27 33.34-29 17-22 34.37-31 13-19 35.24x13 8x19 36.47-42 18-23 37.29x18 12x23 38.33-29 23x34 39.40x29 2-8 40.44-39 15-20 41.45-40 10-15 42.42-37 7-11 43.49-44 20-24 44.29x20 15x24 45.40-34 19-23



46.44-40

46.38-33 had misschien meer verdediging geboden, maar het lijkt mij dat zwart na 46...24-30! 47.44-40 30-35 48.31-26 35x44 49.39x50 23-28 50.33-29 8-13 en 51...11-17 enz. eveneens zou hebben gewonnen.

46...8-13 47.38-33 13-18!

Zonder vrees voor 48.33-28 22x35 49.31x13 24-30! met winst door overmacht, bij voorbeeld 50.13-8 30x39 51.8-2 39-44(!) 52.2x16 44-50 53.16-38 50-6 en wit zal òf 35 òf 23 naar (tweede) dam moeten laten gaan.

48.40-35 11-16! 49.34-29 23x43 50.33-28 22x33 51.31x13 43-48
Wit geeft het op. Terecht: 52.37-32 faalt op 52...24-30! en 53...33-38 +, en op 52.36-31 is 52...16-21! beslissend.

Toch zullen de meeste hedendaagse dammers de naam Van Leeuwen niet zozeer met diens successen in de jaren zestig associëren, als wel met een heel speciale speelwijze die - min of meer zijns ondanks - naar Van Leeuwen genoemd is. Hoe dat zogeheten 'Van Leeuwen-systeem' ooit in de wereld is gekomen, heeft Van Leeuwen (pas) zo'n driekwart jaar geleden zèlf onthuld.

Dat deed hij in een stukje voor het bulletin van het Drents Tiental, de vereniging waarvan hij de laatste jaren van zijn leven deel uitmaakte en waarvan Van Leeuwen zelfs een tijdje voorzitter is geweest. Helaas ontbreekt de ruimte om dat geestige artikel hier in zijn geheel af te drukken. Maar het begin ervan wil ik de lezer niet onthouden:

'Eigenlijk is het de schuld van Bronstring. Als die niet zo uitgelaten had gereageerd, als die niet de fatale woorden had gesproken, dan... Dan was het nooit zover gekomen. Dan was mijn naam niet gekoppeld aan een systeem dat ik maar twee keer in mijn leven heb gespeeld. (...) Een systeem dat, daar zijn de kenners het over eens, niet eens kàn, dat je in staat stelt op de meest afschuwelijke manieren te verliezen; alleen als je tegenstander flink meewerkt, sta je soms, héél soms, zomaar op een raadselachtige manier gewonnen. En dat idiote, waaghalzerige (...) systeem draagt mijn naam! Ik, die op het dambord de degelijkheid, de voorzichtigheid zelve ben. Dank u dames en heren dammers, dank u in het bijzonder heer Bronstring!'

Waarna Van Leeuwen uitlegt dat hij in 1961, tijdens één van de vele vriendschappelijke partijen die hij met zijn Leidse stadgenoot èn leermeester Wim Huisman speelde, geheel onvrijwillig in een opsluiting belandde, met zijn schijven niet meer op het centrum kon komen en dus maar naar de rand ging. 'Ik gaf werkelijk niets meer voor mijn stand, vooral niet toen mijn tegenstander ook nog veld 23 bezette.'

Dat was echter veel te pessimistisch gedacht. Want niet alleen zou Van Leeuwen de partij via een spectaculaire afwikkeling winnen - óók bleek hem bij thuiskomst dat zijn stelling helemaal niet zo slecht was geweest als hij aanvankelijk gemeend had - integendeel zelfs!

Het gaat om het volgende fragment:



Vanuit deze geladen positie luidde het verloop 1.38-33?! (ook op 1.39-33? forceert zwart materiaalwinst met behulp van een tactische wending die typerend is voor het Van Leeuwen-systeem: 1...13-19! 2.33-28 17-22!! enz. +; maar 1.40-34 was wellicht beter geweest) 1...25-30! 2.43-38 13-19! 3.23-18 (wat anders?) 3...12x23 4.27-22 17x28 5.26x17 11x22 6.32-27 (lijkt zich nog te redden; maar:) 6...16-21!! 7.27x29 21-26!! 8.33x22 30-34 9.39x30 35x42 10.37x48 26x46 en wit gaf het op.

Van Leeuwen: 'Langzaam daagde het besef dat een opsluiting gecombineerd met randspel een tegenstander in tempodwang kan brengen. (...) Op de eerstvolgende clubavond liet ik m'n bevindingen aan Bronstring (...) zien en ik verkondigde de theorie die ik bij toeval ontdekt had. Bronstring was zichtbaar onder de indruk. ''Wat niet terug kan, moet naar voren'', sprak hij filosofisch. En later: ''Dit is een nieuw systeem. Dit is het Van Leeuwen-systeem''.'

En daarmee was dus het Van Leeuwen-systeem geboren. Aan het slot van hetzelfde artikeltje doet Van Leeuwen nog een schuchtere poging de loop der geschiedenis te wijzigen. Zich beroepend op de partij Sjawel-Kovrizjkin uit het kampioenschap van de Sovjet-Unie 1958, twee jaar geleden in deze rubriek behandeld, pleit hij ervoor de benaming 'Van Leeuwen-systeem' om te dopen in 'Sjawel-systeem'. Maar eigenlijk beseft hij zelf óók wel dat dat voorstel het nooit zal halen. Zo is - om te beginnen - zijn vrouw tegen. Ik citeer opnieuw Van Leeuwen:

'Niks Sjawel-systeem, zegt ze. Die Rus kan wel iets eerder dan jij zo'n soort partij hebben gespeeld, maar heeft hij daarna ook een theorie geformuleerd? Heeft hij die ene partij veralgemeend tot een bepaalde strategie? Nee dus! Dat heb jij gedaan. Daarom is het het Van Leeuwen-systeem en niet anders.

'Maar ik wil van die naam af. Ik vind het niet leuk.'

'Dan had je ten eerste niet zo'n stomme partij moeten spelen en ten tweede niet zulke merkwaardige theorieën moeten verkondigen. Eigen schuld!'

Zo is het maar net. Bovendien: wat niet terug kan, moet naar voren. Al bijna dertig jaar (in 1967 wijdde - inderdaad - Evert Bronstring mij in de geheimen van het Van Leeuwen-systeem in) vormt het Van Leeuwen-systeem voor mij één van de onweerstaanbare charmes van het damspel. Een plotselinge naamswijziging van de bedoelde speelwijze, waarin ik (ofschoon ik mij tot de 'kenners' durf te rekenen) nog steeds een ongeschokt vertrouwen heb, is meer dan ik zou kunnen verdragen.

Daarom moet het, vind ik, het Van Leeuwen-systeem blijven heten. Al was het maar bij wijze van eerbetoon aan een bijzondere, veel te jong gestorven dammer.

 
PDN     Diagram 1
Wim Huisman - Jan van Leeuwen, 1961
1. 38-33 25-30 2. 43-38 13-19 3. 23-18 12x23 4. 27-22 17x28 5. 26x17 11x22 6. 32-27 16-21 7. 27x29 21-26 8. 33x22 30-34 9. 39x30 35x42 10. 37x48 26x46
 10-01-2021 GMI Martin Dolfing:
Ik dacht dat het van Leeuwen-systeem vooral met een zwarte (of witte) schijf op 1 met een openveld 7 was. Dit met name om in een situatie waar wit op 23 staat, de zet 33-29 nooit kan doen vanwege de wending 17-22. Dit lijdt dan tot een verlamming van het witte spel.