(Analyse)opmerking toevoegen     Embed Youtube-film     
Account aanvragen     Regels voor commentaar
Order last inserted          Toernooizaal
 03-05-2022  Hanco Elenbaas:
Ton Sijbrands, 8 mei 2004

Een Coup Turc van Roozenburg

Evenals vorige week staan we stil bij de carrière van Piet Roozenburg. Per slot van rekening is het een jaar geleden dat de legendarische oud-wereldkampioen op 78-jarige leeftijd overleed. En onder al het fraais dat Roozenburg de damwereld heeft nagelaten, bevinden zich nog talloze partijen die nog nooit in deze krant besproken zijn.

Zoals de duels die Roozenburg in de achtste en negende ronde van het NK 1967 met respectievelijk Ferdi Okrogelnik en Harm Wiersma uitvocht. In die partijen trok Roozenburg een groot deel van zijn troepenmacht aan de linker bordrand samen. Voor de meeste ooggetuigen bleef de diepere gedachte die achter deze speelwijze schuilging, lang in nevelen gehuld: van Boezjinski had men anno 1967 nog geen weet.

Maar in het gevorderde middenspel (tegen Okrogelnik in een 12x12 stand, tegen Wiersma zelfs pas in een 10x10) werd duidelijk dat Roozenburgs buitenissige strategie wel degelijk kansen bood. Want plotseling bleek van de formatie 26/31/32/36 aanzienlijk meer kracht uit te gaan dan van de vijandelijke configuratie 6/11/16/17.

Door zich secuur te verdedigen zou Wiersma nog net met de schrik vrijkomen. Dat gold echter niet voor Okrogelnik die, nadat hij een verborgen tactische redding had gemist, in een nadelig dammeneindspel werd gemanoeuvreerd dat Roozenburg middels een onvervalste Coup Turc besliste.

                     Okrogelnik - Roozenburg
                                 NK 1967
1.32-28 16-21 2.31-26 18-22 3.37-32 11-16 4.41-37 13-18 5.37-31 7-11 6.31-27 22x31 7.26x37 9-13 8.34-29 18-22 9.40-34 3-9 10.45-40 1-7 11.50-45 21-27 12.32x21 17x26 13.28x17 11x22 14.37-32 20-25 15.32-28 15-20 16.28x17 12x21 17.42-37 7-12 18.46-41 12-17 19.29-23 19x28 20.33x11 6x17 21.39-33 14-19 22.44-39 13-18 23.37-32 8-13 24.41-37 18-22 25.47-42 13-18 26.49-44 9-13 27.33-28 22x33 28.39x28 17-22 29.28x17 21x12 30.32-27


Verleidelijk maar vanwege het achtergebleven stuk op 36 niet geheel vrijblijvend.

30...10-15 31.44-39 4-9 32.38-33 5-10 33.33-28 2-8 34.43-38 10-14

Roozenburg koestert geen bezwaar tegen 27-22, 28-23, 37-31 en 42x33, daar deze 3x3 ruil wits problemen slechts zou accentueren.

Zie diagram 1



35.38-32


Dubieus, ofschoon nog niet echt fout.

35...20-24!

De 'slapende' randschijven komen tot leven. Lichte combinaties als 36.42-38? 18-22! + of 36.48-43? 26-31! en 37...18-22 + maken dat wit nu een zware positionele concessie moet doen:

36.36-31 18-23! 37.48-43 14-20!?

Een van de vele tactische 'grappen' waarmee Roozenburg zijn partijen placht te kruiden: de slag naar 7 (38.34-30?) faalt op een similaire slag naar 44 (39...8-12), waarna de bezetting van veld 18 (41.43-39 en 42.32-28) weer beantwoord wordt met de verovering van het symmetrische veld 33.

38.42-38 12-18 39.34-30 25x34 40.39x30 20-25 41.28-22?

Voor een witspeler die ziet dat na 41.38-33 25x34 42.40x20 15x24 zowel 43.43-38? als 43.45-40? kansloos verliest, is dit inderdaad de meest voor de hand liggende reactie. Okrogelnik hád echter 41.38-33! en na het slaan 43.43-39!! moeten doen: omdat zwart niet tegelijkertijd de gaten op 12 en 14 kan dichten, is de remise-combinatie 44.27-21!! en 45.39-34! = niet meer te voorkomen.

41...25x34 42.40x20 15x24 43.22-17 24-29!!

De beslissende manoeuvre. 44.43-39 verliest een volle schijf door 44...18-22! (45.17x28? 29-33 +), zodat wit niet beter heeft dan in een verloren eindspel te vluchten.

44.27-21 16x36 45.17-11 26-31 46.37x26 36-41 47.11-6 41-46 48.32-27 18-22 49.27x18 23x12 50.26-21 46-28 51.21-16 19-23 52.35-30 13-18 53.38-32 28x41! 54.6-1 41-36! 55.1-6 12-17!!

Ziedaar de elegante meerslagfinesse waarop ik in de inleiding doelde. Wit geeft het op.


                          Roozenburg - Wiersma
                                      NK 1967
1.31-26 19-23 2.37-31 20-24 3.41-37 24-29 4.33x24 23-28 5.32x23 18x20 6.34-29 14-19 7.40-34 12-18 8.45-40 19-23 9.35-30 13-19 10.40-35 8-13 11.37-32 7-12 12.38-33 20-24 13.29x20 15x24 14.43-38 10-14 15.33-29 24x33 16.38x29 5-10 17.30-24 19x30 18.35x24 14-19 19.48-43 19x30 20.34x25 23x34 21.39x30 9-14 22.42-38 10-15 23.43-39 2-8 24.39-33 1-7 25.47-42 18-23 26.49-43 12-18 27.46-41 7-12 28.50-45 13-19 29.33-29 23x34 30.30x39 8-13 31.41-37 19-23 32.39-33 14-19 33.44-39 4-9 34.33-29! 23x34 35.39x30 9-14 36.30-24! 19x30 37.25x34 14-19 38.43-39 15-20 39.45-40 20-25 40.39-33 19-23(!)


De destijds 13-jarige (!) Wiersma, tot wie inmiddels moet zijn doorgedrongen dat de vijandelijke randschijven eerder sterk dan zwak zijn, neemt zijn beste verdedigende kans waar. De tekstzet biedt betere perspectieven dan 40...3-8(?) 41.40-35 19-23, dat tot een stelling had geleid die zich bijna twintig jaar later in Tsjizjov -Sawczyk (Tallinn 1986) zou voordoen! Na 42.33-29! 17-21 43.26x17 11x22 44.31-27! 22x31 45.36x27! 12-17 46.38-33 17-22 47.35-30! 22x31 48.37x26 13-19? (beter is 6-11-17) 49.33-28! 8-13 50.42-38 boekte Tsjizjov een stijlvolle zege.

Zie diagram 2



41.33-28! 3-8 42.28x19 13x24 43.34-29! 24x33 44.38x29 17-21(!) 45.26x17 11x22(!)


Alleen zo kan zwart voor overleving vechten (44...8-13? 45.32-27! +).

46.32-27! 12-17 47.29-24! 17-21

Zwart moet wit wel naar dam laten gaan, want na 47...8-13? 48.37-32! zou hij reddeloos verloren zijn.

48.24-19 21x41 49.36x47 25-30! 50.42-38(?)

Deze tijdrovende tussenzet brengt de winst allerminst dichterbij. Beter was meteen 50.19-14 18-23 en nu 51.40-35(!) 30-34 52.14-9! De schitterende pointe van dat schijnbaar onlogische plan komt aan het licht na 52...34-39? (aangewezen is 52...23-28! 53.9-3 34-39 54.3x26 28-33!). Wit wint dan namelijk door 53.31-27!! 22x31 54.9-3! 8-13 (na 54...8-12 en 55...39-44 verliest zwart uiteindelijk door overmacht) 55.3-25! 39-44 56.25-39!! 44x33 57.42-37 31x42 58.47x9 +.

Roozenburg had deze prachtige variant nota bene tijdens de partij berekend. Ten onrechte meende hij evenwel dat de tekstzet kansrijker zou zijn. . .

50...16-21! 51.19-14 21-26! 52.31-27 22x31 53.14-10 31-37 54.38-33 18-23 55.40-35 23-29 56.33x24 30x19 57.10-5 19-24 58.5x41 24-29 59.41-32 29-33 60.32-43 8-12 61.47-42 26-31! 62.35-30 12-17 63.30-25 17-21 64.43x16 6-11 65.16x7 31-37 66.42x31 33-38
Remise. 


Misschien is het overdreven Roozenburg (ook) tot de grondlegger van het actieve randspel uit te roepen daarvoor zou eerst een gedegen historisch onderzoek naar dit specifieke speltype moeten worden verricht. Het staat echter vast dat Roozenburgs partijen tegen Okrogelnik en Wiersma voor hele generaties niets minder dan eye-openers zijn geweest!