(Analyse)opmerking toevoegen     Embed Youtube-film     
Account aanvragen     Regels voor commentaar
Order last inserted          Toernooizaal
 24-11-2020  Hanco Elenbaas:
Ton Sijbrands, 24 december 1994

Een partij met een lange geschiedenis 

Er zijn speltypes waarop een dammer zich - haast letterlijk - zijn leven lang kan blijven verkijken. Zo kreeg ik afgelopen dinsdag op de clubavond van het Amersfoorts Damgenootschap al vlak na de opening een stelling op het bord die ik, ook al was het in de beroemde 'hogere zin', voor gewonnen hield. Dat berustte evenwel op een vergissing.  

Want hoewel mijn tegenstander volstrekt gedwongen spel had, bleek de stand bij nader inzien niets concreets voor mij te bevatten. Na ongeveer honderd minuten doelloos piekeren (ik had al die tijd niet meer dan een schamele 24 zetten weten te produceren!) bood ik maar remise aan. Tot mijn opluchting nam Rutger Koetsier, die zelf nog een uur over had, het voorstel aan. 

Bij thuiskomst ontdekte ik dat het niet de eerste keer was dat ik mij zo lelijk op het bewuste speltype had verkeken. In mijn archief vond ik namelijk een bijna dertig(!) jaar oude partij waarin dezelfde thematiek centraal stond en waarin ik, afgaande althans op mijn foutieve 24e zet, mijn kansen evenzeer overschatte als tegen Koetsier. 

En dat was niet de enige opmerkelijke ontdekking die ik deed. Want toen ik traditiegetrouw de hulp van het computerprogramma Turbo Dambase inriep, stuitte ik op twee frappante gevallen van analogie. 

Maar daarover straks meer. Eerst geef ik de van 1966 daterende 'stampartij'. Die werd gespeeld in het Noordhollands kampioenschap van datzelfde, in veel opzichten zo gedenkwaardige jaar. Mijn tegenstander, de inmiddels overleden J.H. Beeke (niet te verwarren met zijn oudere broer Wim, die eveneens een begaafd dammer was), behoorde destijds tot de vijftien à twintig sterkste spelers van Nederland. 

Beeke-Sijbrands 
(kamp. NH 1966) 
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.37-31 10-14 9.31-27 21x32 10.38x27 22x31 11.26x37 14-19 12.37-32 5-10 13.41-37 20-25 14.46-41 15-20 15.42-38 10-15 

Via een andere inleidende zettenreeks - en ook dàt mag verrassend heten - is er nu een stelling ontstaan uit de partij Gournier-W. de Jong, Hoogezand-Sappemeer 1963/'64. Daarin ging het verder met 16.48-42 11-16 17.36-31 4-10 18.33-28 20-24 19.29x20 25x14, waarna De Jong een fraaie klassieke overwinning zou boeken. 
Beeke slaat een heel ander pad in: 

16.47-42 4-10 17.32-27 11-16(!) 18.29-24 20x29 19.33x24 19x30 20.35x24 9-14(!) 

Het thema waarop ik in de inleiding doelde, is hiermee een feit. Natuurlijk kennen we allemaal het spelbeeld dat na bij voorbeeld 20...7-11(?) 21.40-35! zou zijn ontstaan; ik hoef slechts te wijzen op de openingsvariant 1.34-30 20-25 2.32-28 25x34 3.39x30 16-21 4.31-26(?) 21-27! 5.30-25(?) 11-16! enz. en op partijen als Nimbi-Wiersma 1978 en Tchicaya-Stokkel 1990. 
Maar dezelfde stellingsstructuur inclusief een zwart stuk op 14, dat wit verhindert 40-35 door te zetten en als gevolg waarvan de witte voorpost minstens zoveel gevaar loopt als zwarts centrumschijf, komt men in de praktijk slechts hoogst zelden tegen: het aantal (relevante) praktijkervaringen dat ermee is opgedaan, laat zich op de vingers van twee handen tellen! Onze, althans mijn kennis omtrent dit speltype is dan ook nihil. 

21.37-31 7-11 22.42-37 3-9 23.48-42 2-7 24.31-26  



Door temponood gedwongen moet wit de formatie 36/31/27 loslaten, waarmee de cruciale zet 23-28 in de stelling komt. 

24...23-28? 

Maar zwart profiteert niet optimaal: met de tekstzet speelt hij zijn belangrijkste troef te vroeg uit. Hoe het wèl had gemoeten, komt in de volgende partij ter sprake. 

25.40-35! 

De even laconieke als verrassende weerlegging: in plaats van zich op 25.37-31? 28-32! 26.27-22 18x27 27.31x22 17x28 28.38x27 13-18! annex 29...11-17 enz. in te laten, pareert wit de dreiging 25...28-32 enz. door een identieke 2x3 in de stelling te vlechten. Het gevolg: zwart staat met lege handen. 

25...17-22 26.38-33! 22x31 27.33x22! 18x27 28.26-21! 

Met behulp van een thematisch schijnoffer brengt wit zich definitief in veiligheid. Na 28...14-20 enz. zou de partij na harde strijd (62 zetten!) in remise eindigen. 

Zestien jaar later werd de volgende partij gespeeld, die - het spreekt haast voor zich - voor de openingstheorie van groter belang is dan de eerste. 

Heusdens-Vermin 
(NK 1982) 
1.34-29 20-25 2.40-34 14-20 3.45-40 10-14 4.32-28 17-22 5.28x17 11x22 6.37-32 6-11 7.41-37 5-10 8.46-41 11-17 9.32-28 19-23 10.28x19 14x23 11.50-45 13-19 12.31-27 22x31 13.36x27 1-6 14.29-24 19x30 15.35x24 20x29 16.33x24 9-14(!) 17.37-31 3-9 18.41-36 9-13 19.47-41 4-9 20.42-37 7-11 21.48-42 2-7 22.31-26 



Heusdens en Vermin hebben er weliswaar twee zetten minder over gedaan, maar dat doet aan de opmerkelijke parallel niets af: via een geheel andere zettenreeks prijkt nu tòch weer de diagramstand op het bord! Vermin zal de zaken echter voortvarender aanpakken dan ik destijds op m'n zestiende deed - voorlopig, althans... 

22...14-20! 23.39-33 20x29 24.33x24 10-14 

Zwart besluit eerst nog een koppel schijven te ruilen alvorens 23-28 door te zetten. Het is moeilijk te zeggen of hij daar verstandig aan doet of niet. 

25.44-39 14-20 26.39-33 20x29 27.33x24 23-28! 28.37-31 17-22 

Zeker niet slecht, al verdiende 28...28-32 29.27-22 18x27 30.31x22 17x28 31.38x27 13-18 enz. (32.41-37 11-17 33.37-31 17-21 34.26x17 12x32 35.42-38 8-13 36.38x27 18-22 37.27x18 13x22) wellicht de voorkeur. 

29.49-44 11-17 30.44-39 28-32? 

Maar op deze 'vergiftigde' schijfwinst had Vermin zich nooit mogen inlaten. Na 30...17-21! enz. was zwart nog steeds aan de leiding gegaan. 

31.39-33! 32x21 32.38-32! 

Natuurlijk: nu is het wit die via een offer de beste kansen krijgt. 

32...9-14(?) 

De laatste en beslissende fout. Alleen met het - toegegeven - onooglijke 32...6-11 33.31-27 22x31 34.36x27 18-22 35.27x18 13x22 36.32-28 had zwart nog voor remise kunnen vechten. 

33.34-30! 25x34 34.40x29 6-11 35.31-27! 22x31 36.36x27 14-19 37.24-20 15x24 38.29x20 19-24 39.20x29 13-19 40.29-24! 19x30 41.33-28! 8-13 42.42-37 30-34 43.41-36 13-19 44.28-22 17x28 45.32x14 21x41 46.36x47 11-17 47.14-10 17-22 48.10-4 12-17 49.4-9 16-21 50.9-25 

Zwart geeft het op. 

In de volgende partij, die van weer iets latere datum is, komt de diagramstand voor de derde maal op het bord. Het enige verschil is dat de kleuren verwisseld zijn en dat de aanvaller verrassend genoeg één tempo minder heeft! 

Harmsma-Leoné 
(kwartfinales NK 1984) 
1.34-29 17-21 2.40-34 11-17 3.31-26 6-11 4.45-40 1-6 5.32-28 19-23 6.28x19 13x24 7.37-31 9-13 8.38-32 21-27 9.32x21 16x27 10.31x22 17x28 11.33x22 24x33 12.39x28 18x27 13.44-39 12-17 14.39-33 8-12 15.43-39 20-24 16.41-37 3-8 17.46-41 14-20 18.48-43 4-9 19.50-45 10-14 20.42-38 5-10 21.47-42 20-25 



Zie de diagramstand. Alleen staat 44 nu op 49, wat bepaald verschil maakt... 

22.28-23! 

Nu wèl: onder de gegeven omstandigheden kan wit 22...11-16, de zet van Beeke, met het temporiserende 23.49-44(!!) beantwoorden. Maar dat was altijd nog beter geweest dan wat zwart in de partij speelt: 

22...13-18?? 23.37-31! 18x29 24.31x22! 17x28 25.34x32 

Zwart geeft het op. 

Ter afsluiting geef ik de notatie van het partijtje dat de aanleiding tot bovenstaande onderzoekingen vormde. Ofschoon zwart als gevolg van zijn 7e en wits (alerte!) 8e zet spoedig in ernstige moeilijkheden lijkt te verkeren (Koetsier zelf meende óók dat hij zijn leven niet zeker was), blijkt er in werkelijkheid niets positiefs te bewijzen. 

Daarbij is van belang dat zwart na 14.28-23 (maar exact dezelfde spelgang is op de 17e, 19e en 20e zet mogelijk) 14-20 15.23-19 24-29 16.33x24 20x29 17.34x23 13x24 18.38-33 10-14 19.40-34 - anders dan in de eerste drie praktijkvoorbeelden - over de 3x3 ruil 19...24-29!, 20...25-30 en 21...14-20 enz. beschikt. 

Wie echter desondanks een winnend plan voor wit meent te hebben gevonden, aarzele niet mij te schrijven of te bellen. Vrienden en/of abonnees van het maanblad Dammen kennen het nummer van mijn antwoordapparaat... 

Sijbrands-Koetsier 
(onderlinge competitie ADG 1994/'95) 
1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 16-21 4.31-26 19-23 5.28x19 13x33 6.39x28 21-27 7.38-33 20-24 8.42-37 9-13 9.43-38 4-9 10.49-43 14-20 11.44-39 10-14 12.50-44 5-10 13.47-42 20-25 14.37-31 12-18 15.31x22 18x27 16.41-37 7-12 17.37-32 11-16 18.32x21 16x27 19.42-37 6-11 20.46-41 14-20 21.34-29 1-6 22.48-42 17-22 23.28x17 11x22 24.37-32 Remise.